rvbb20181012_3868_one.jpg

Oudere blogs

Oudere posts zoals die op http://varenopdeveronica.blogspot.com/ stonden

Canal du Nord

Het Canal du Nord (CdN) is een van onze favoriete kanalen.

En dat is een beetje speciaal, want het is eigenlijk best saai, vooral als je er zoals wij veel komtj\. Na een tijdje weet je het wel.

Natuurlijk leer je alle vaarwegen na een tijdje goed kennen en dat is maar goed ook want dat maakt het varen wel zo makkelijk en efficient. We varen tenslotte voor ons beroep. En voor ons plezier, trouwens. 

Het kanaal is ooit gegraven als een alternatief voor het Canal de Saint-Quentin, begonnen in 1908 en uiteindelijk geopend in 1965. Jawel, 1908-1965, we zijn tenslotte wel in Frankrijk. De sluizen zijn 90 meter lang en 6 meter breed.

Er zijn drie hoofd-assen om vanuit het noorden verder Frankrijk in te varen:

- de Maas, waar in het Franse deel al jaren te weinig water staat voor Spitsen, terwijl we maar 1.80 meter nodig hebben. De stuwen gebruiken een verouderde manier om het water op peil te houden en dat werkt niet meer. Ook het Canal des Ardennes (waar je daarna meestal doorheen moet) is voornamelijk gestremd, kortgeleden is er daar weer een sluis ingestort. Die hoofd-as valt dus af. Jammer, want het is er mooi varen.

- Canal de Saint-Quentin. Mooi vaarwater, Spitsen maat (iets grotere sluizen gelukkig), dubbele sluizen waarvan er één permanent buiten gebruik is, de anderen zijn geautomatiseerd. Twee tunnels. Zie ook onze post Canal de Saint-Quentin.

Het is er niet overal even diep en door het wat grotere aantal kleinere sluizen duurt het wat langer om het kanaal te passeren vergeleken met het Canal du Nord. We zouden liever via dit kanaal varen, maar het duurt net even te lang.

- Canal du Nord. Dit is de grote verkeersader om Frankrijk in te varen, richting Parijs. 

Het Canal du Nord is dan ook altijd druk bevaren.

We weten eigenlijk niet waarom we er zo graag komen. Het is niet erg mooi, zeker niet vergeleken bij het Canal de Saint-Quentin. Maar wij houden ervan.

Het CdN (samen met het Canal de Saint-Quentin) is een van de grote bestaansredenen van de tegenwoordige spitsenvaart. Doordat de sluizen niet erg breed zijn kunnen de meeste grotere schepen er niet door en via de andere hoofd-assen kunnen dat soort schepen al helemaal niet varen. Er zijn wel speciale 'Canal du Nord' schepen gebouwd speciaal voor de afmetingen van de sluizen, die zie je hier dan ook vrij veel. Die schepen en spitsen (soms in de lengte gekoppeld als een 'convoi') zijn de enige schepen die verder Frankrijk in kunnen. Een echte bottleneck. Joepie!

Er komen natuurlijk veel franse schepen en het is een Frans kanaal, dus er zijn een aantal gewoontes ontstaan die in geen enkel reglement staan maar wél door iedereen worden toegepast. De eerste keer dat je hier komt weet je dat natuurlijk niet (en de meeste jachten die hier varen hebben al helemaal geen idee) maar in de praktijk wordt het je allemaal snel duidelijk, soms door de vriendelijke hulp van een collega, soms doordat een Fransman je gewoon uit het water vaart. Het is hún kanaal!

Hier zie je een van die eigenaardigheden (die overigens goed werkt, je moet het alleen wel weten):

Wanneer je voor de sluis moet wachten omdat er schepen in liggen doe je dat aan de kant van de kade, waar de bolders staan. Je hoeft geen blauw bord bij te zetten, iedereen verwacht van je dat je aan die kant wacht.

Wel een dingetje om op te letten:

Een schip kan pas gaan manoeuvreren wanneer het helemaal uit de sluis is. Je moet dus genoeg ruimte overlaten voor een 'convoi' (twee in de lengte gekoppelde spitsen, 80 meter lang) of een canal-du-nord schip om ook daadwerkelijk de sluis uit te varen. Dus óf aan de kade vastmaken of op ruime afstand blijven drijven, zoals op de foto. Op de AIS kun je trouwens meestal wel zien wat er in de sluis ligt dus kun je daar rekening mee houden.

Nog zo iets: Er staan maar een heel beperkt aantal bolders per kade, net genoeg om twee spitsen vast te maken voor de nacht. De lengte van de kade is overigens min-of-meer afgestemd op de lengte van het pand (het water tussen twee sluizen), bij een lang pand of op een plek waar meerdere schepen kunnen samenkomen, zoals bij de tunnels, is de kade wat langer.

Je maakt je spits vast met een steekeind aan de achterkant en een vooreind aan de voorkant. 

(Een steekeind staat naar achter, een vooreind naar voren)

Er zijn dus per spits maar twee bolders beschikbaar. Op de meeste kade's kunnen dan ook twee spitsen liggen, verder niets, of je moet langszij gaan vastmaken.

En dat is geen enkel probleem want er kunnen per schutting maximaal twee spitsen in een sluis, dus in de praktijk is twee vastmaak plaatsen voldoende.

Die praktijk gaat er dan wel vanuit dat alle schepen de volledige bedieningstijden van de sluizen benutten. Wanneer er iemand blijft liggen neemt 'ie eigenlijk de plaats in van een schip dat erna gaat komen, meestal erg onhandig. Er zijn uitzonderingen, maar gewoon doorvaren werkt voor iedereen het beste. Als je je niet aan de maximale bedieningstijden wilt houden kun je veel beter het gemoedelijke Canal de Saint-Quentin nemen. Daar zit je niemand in de weg en heb je alle tijd aan je zelf. Het CdN is de snelweg voor schepen richting Parijs.

Voor jachten is (op de goede manier) vastmaken vrijwel onmogelijk.

Op deze foto zie je de bolders die er voor het aanmeren beschikbaar zijn.

Er staan drie paren van twee bolders, maar die zijn dus bedoeld voor twee spitsen. Dan blijft er voor en achter nog één bolder over, maar die zijn in de praktijk onbruikbaar wanneer er al twee spitsen liggen (of misschien straks gaan liggen).

Veel jachten beseffen dat niet en maken vast aan de twee bolders in het midden van de kade, die voor hen op een ideale plaats staan. Daarmee nemen ze alleen effectief wel de plek van twee spitsen in.

Wanneer er 's avonds een spits aankomt, na sluitingstijd van de sluizen, is er geen enkele andere mogelijkheid om vast te maken dan de bolders aan de kade. Wanneer er dan een jacht ligt is er een probleem. 

Meestal kun je de mensen wel overtuigen dat ze beter even ruimte kunnen maken, maar soms zijn ze niet aan boord (of willen niet meewerken) en dan kun je enkel langszij de jachten aanmeren. Dan is het natuurlijk feest, want dát kan toch niet, een groot schip langszij hun jacht. 

Sorry mensen, moet je daar niet zo vroeg gaan liggen. Het CdN is niet gemaakt voor kleine schepen op vakantie. Wij hebben geen alternatief om vast te maken voor de nacht. Iedereen kan bij ons langszij komen, we gaan 's morgens wél om 06:30 uur varen, op zondag heb je geluk en beginnen we pas om 09:00 uur.

Het noordelijke gedeelte van het CdN komt door een gebied waar in WO 1 veel is gebeurd, je ziet dan ook overal oorlogsgraven. Ikzelf vind dat altijd aangrijpend, er is hier veel gebeurd.

Er zijn twee tunnels in het CdN. Bijna alle franse kanalen hebben wel een tunnel en hier moeten aardig wat heuvels worden overbrugd dus er zijn er twee.

De tunnels zijn ongeveer even breed als de sluizen, 6 meter. Er zijn betonnen gedeeltes aan allebei de kanten die met hout zijn afgezet.

Wij sturen meestal zó dat het voorschip tegen één van de betonnen zijkanten aan komt te liggen en we proberen dan om het achterschip vrij te houden (niets aan te laten raken). Op die manier kunnen we redelijk hard door de tunnels varen zonder al te veel te stoten. Voor jachten kunnen die tunnels een uitdaging zijn.

Natuurlijk varen wij het hele jaar door op het CdN, niet enkel de zonnige zomermaanden. Nog een van de redenen waarom de schepen die altijd op het CdN varen de jachten toch vaak als een vreemde eend beschouwen.

Met leeg schip passen we niet onder de bruggen en sluisingangen door (3.70 meter hoog), dus we moeten water in het achterruim zetten, we varen dan in zgn 'Grand Ballast'. Dan zien we niet veel meer.

Zo vaar je dan een sluis in, en dan is het nog makkelijk want deze is opvarend. Afvarend zie je de sluis helemaal niet.

Andere schepen ontmoeten kan dan ook even opletten zijn.

Hij is er wel, alleen zie je 'm niet over het schip heen. 

Geen nood, we gebruiken spiegels en een camera voorop, we zien de andere schepen ruim op tijd en kunnen zo toch een kleine sluis invaren. Deze foto is overigens niet op het CdN genomen maar bij een échte spitsen sluis.

Invaren in de mist. Het is niet te zien of je wel recht voor de sluis ligt.

Sluizen invaren is een hele kunst, vooral met geladen schip. Door de bouw van het kanaal en omdat er een hoop water opzij moet wanneer je de sluis in vaart wordt je vaak op het laatste moment met je voorschip naar de zijkant weggezet, opzij geduwd zeg maar. Het kan dan lastig zijn om het schip toch zonder problemen de sluis in te krijgen.

Ook kunnen er in de panden watergolven heen en weer lopen, de zgn Bassinée (geen idee of je het zo schrijft, zal wel niet). Invaren terwijl je schip door zo'n golf wordt opgetild is nog eens een extra uitdaging.

Vastmaken voor de nacht in een natte sneeuwstorm.

Onweer in de lucht.

's avonds in de opvaart.

In de mist. De sluis (recht voor het schip) staat op rood/groen, wordt dus voor ons klaargemaakt. We kunnen direct gaan schutten.